Woensdag 10-09-2014: van San Francisco naar Yosemite
Vanochtend heb ik de auto weer uit de garage gehaald en
deze op de steile straat voor ons hotel geparkeerd. Metteke wachtte in de lobby met de bagage. Gelukkig was er precies voor de deur een plekkie vrij. Metteke haalde aan de overkant de koffie voor onderweg, terwijl ik de bagage in de auto zette. Metteke naam plaats achter het stuur en weg waren we. Vandaag is een van de langste rijdagen, helemaal omdat er op de route eigenlijk vrijwel niks ligt, wat een tussenstop waard is. De weg de stad uit was vrij simpel vanaf ons hotel; Bush Street
loopt door in 1st Street en die gaat de snelweg op richting Oakland, over de
onderste verdieping van de Bay Bridge. Het is druk op de weg en veel tijd om te kijken is er niet, maar dit was de laatste keer dat we de zee zouden zien deze reis. We reden zo het schiereiland waar San Francisco op ligt af en via Oakland reden we de bebouwing uit. Hoe verder we San Francisco en de voorsteden achter ons laten, hoe rustiger het op de weg wordt. Als eenmaal de afrit van de snelweg naar Yosemite National Park verschijnt, krijgen we het idee dat we eindelijk aan het echte natuurschoon gaan beginnen. Het is natuurlijk het eerste park voor ons, dat wij hier gaan bezoeken. Ook dan zijn we er echter nog lang niet.
Langs oneindige fruitkwekerijen en kleine dorpjes geeft de
navigatie met nog 101 kilometer te gaan ineens dat we aan het eind van deze weg op onze bestemming aankomen. 100 kilometer op één weg is in Nederland vrijwel ondenkbaar. Direct veranderd de eindeloos rechte weg in een kronkelend weggetje de Sierra Nevada in, langs diepe afgronden. Bij ons houdt dat vanaf nu in; Metteke
achter dat stuur weg, Erik neemt het wel over. Metteke rijdt zelfs met
tegenliggers namelijk het liefst op het midden van de weg dankzij haar
hoogtevrees (zweethandjes en hartkloppingen waren het gevolg bij zowel Metteke
áls Erik). De benzinetank begon aardig leeg te raken, dus die hebben we nog mooi even volgegooid, vlak voor het park. Hoe dichter bij het park we komen, hoe duurder de benzine wordt. In het park betaal je de hoofdprijs. Het aantal tankstations langs de weg neemt natuurlijk ook net zo snel af als de bebouwing, dus we waren ergens wel opgelucht dat we er een tegenkwamen.
Eenmaal aangekomen bij de toegang tot het park kochten we een jaarkaart, zodat de entree voor alle nationale parken voor deze reis geregeld is. Yosemite is een gigantisch park, ik geloof net zo groot als de provincies Utrecht en Zuid-Holland samen. Sinds 1890 is het een nationaal park, één van de oudste in de VS. Het park is bekend om de gigantische Sequoia bomen die hier groeien. De meeste mensen bezoeken de Yosemite Valley, daar zit ook onze camping. De mooiste watervallen van het park zitten rond deze vallei en ook de rotsformaties El Capitan en Half Dome zijn vanuit vrijwel de hele vallei te zien. We moeten vanaf de ingang nog 40 km rijden tot we onze camping treffen, maar vanaf hier wordt de weg weer wat makkelijker te berijden. Bij een aantal parkeerplekken zijn we gestopt om van het uitzicht te genieten. Dat is echter niet overal genieten. Wat vooral opvalt is de bosbrand die
hier vorig jaar heeft plaats gevonden. Enorme rijen verbrande bomen. Wel mooi uitzicht, maar het doet op deze manier wat troosteloos aan. Onderweg zagen we ook het beginpunt van de Tioga Pass, maar dat is iets voor overmorgen.
In de vallei vonden we al snel onze eindbestemming voor vandaag. Geen hotel of lodge, maar een tent. Wel met een normaal bed en verwarming er in, want 's nachts kan het alweer rond het vriespunt zijn deze tijd van het jaar. Verder heeft de tent niets. Eten doe je hier in buffetvorm in de 'cafetaria' en er is een gebouw ingericht als een soort huiskamer met allemaal tafels en stoelen. Voor ons het enige plekje voor een beetje internet. Na het inchecken op de camping, hebben we alle
voedingsmiddelen en toiletartikelen in de bear locker voor onze tent gestopt. Je moet bij aankomst een filmpje kijken over hoe om te gaan met beren. Dat schept hoge verwachtingen, er schijnen er echter maar een paar rondom deze toch wel grote vallei te leven. Daarna legden we onze spullen bij de tent. De twee slaapzakken ritste ik stiekem toch lekker aan elkaar. We zijn benieuwd of het kacheltje in de tent gaan gebruiken. Het is hier nu in ieder geval een behoorlijk stukje warmer dan aan de kust.
We besloten vervolgens dat er vandaag prima tijd was om een van de watervallen te bezoeken.
In het voorjaar is de keuze reuze, maar in september wil niet elke waterval
meer zo spectaculair zijn en nu liggen de meeste zelfs droog. Anders hadden we een van de mooiste hier op de rit naar de camping toe al gezien. Daarom gingen we naar
de Vernal Falls, omdat er door dit riviertje altijd water stroomt en omdat het niet ver van de camping is. We reden eerst een goede kilometer vanaf de camping naar de parkeerplaats, dat scheelt toch weer twee keer ruim een kwartier lopen. De trail begon vrij vlak op vlonders door het bos, maar al gauw werd het pad steeds steiler en
ongemakkelijker en werden onze adempauzes regelmatiger. Om de paar meter staan er mensen uit te hijgen langs de kant van het pad. Uiteindelijk kwamen we
bij het uitkijkpunt en dat was volgens ons zelfs in het najaar nog de moeite waard. Je moet echter geen vergelijking trekken met de foto's op Google, als de waterval echt aanstaat. Het stroompje is nu overduidelijk aan het einde van een lange, droge zomer. Een
aantal gasten zwom nog onder de waterval, dat leek mij ook wel wat, maar met
een natte broek nog 2,5 kilometer teruglopen leek me dan weer niets. De vele eekhoorntjes bij dit punt zijn overduidelijk gewend aan alle mensen, ze zitten rustig op een paar centimeter afstand.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten