zaterdag 13 september 2014

Dag 10, Over de Tioga Pass & spookdorp Bodie

Vrijdag 12-09-2014: van Yosemite naar Mammoth Lakes

Nadat we een beter ontbijt hadden dan gisteren, zijn we vanochtend tegen een uur of half 9 gaan rijden. Eerst de vallei uit, waarbij we wederom een aantal herten zagen lopen, daarna reden we al snel de Tioga Pass op. Een hoge bergweg die het park van west naar oost doorkruist. Aan het begin heb je nog een mogelijkheid om naar een stel sequoia's te wandelen, maar dat hebben we overgeslagen. Doordat we gisteren al een aantal van deze bomen hebben gezien namen we de tijd voor de rest van de route. We wisten al dat men met de weg aan het werk was en daarom stonden we na een stukje ook even stil. Daar heb ik nog even gepraat met een gepensioneerde Amerikaan. Hij dacht al dat ik uit Europa kwam, omdat Amerikanen aan het begin van een carrière hooguit een paar vrije dagen per jaar hebben. De Amerikanen reizen of voor hun werkende leven, of er na. Iets later mochten we onder begeleiding van een ranger met een hele stoet achter elkaar de werkzaamheden voorbij. Dit was ter hoogte van Siesta Lake, waar we eigenlijk hadden willen stoppen, maar dat kon nu dus helaas niet. Een veenmeertje wat later in het seizoen droogvalt. We zijn direct op de eerste parkeerplaats na de werkzaamheden gestopt. De rest van de stoet reed door. Daardoor kon alles daarna weer mooi op ons eigen tempo, zonder het idee te hebben van het rijden in een colonne.

We hebben wel op verschillende punten gestopt, waarbij wij zelf Olmsted Point en Tenaya Lake de mooiste stops vonden. Olmsted Point is een schitterend uitkijkpunt en Tenaya Lake heeft gewoon een prachtige ligging. Helaas waaide het iets te hard voor een mooie weerspiegeling in het water. Inmiddels hadden we het hoogste punt al even gehad en slingerden we naar Tuolomne Meadows. Begin van de zomer moet dit een mooie weide zijn, maar nu was het eigenlijk maar een dor veld waar niet veel te zien viel. Dat hadden we dan ook weer snel bekeken. Na de Tuolomne Meadows reden we het Yosemite Park uit. Dit was een prachtige weg, maar bij het inlezen vooraf noemden sommige mensen dit als hét hoogtepunt van de reis. Zo hebben wij dat niet ervaren, dan heeft de slingerweg langs de kust een paar dagen geleden meer indruk achtergelaten. Misschien helpt het voor die ervaring als er nog flink wat sneeuw aan de kant van de weg zou liggen. Zodra je het park uitrijdt stopt het bos ook gelijk en rijd je direct een rotsachtig woestijnklimaat in. Het is meteen een stuk warmer en droger. Bijzondere overgang in zo'n korte tijd.

Daarna zijn we naar Bodie gereden. Een stadje, wat sinds de jaren '40 verlaten is maar waarvan de houten gebouwen er nog (gedeeltelijk) staan. Je kan er op 2 manieren heen, via een 3 mijl onverharde weg, of via de 10 mijl onverharde weg. Gelukkig hadden wij die laatste. Het voelde alsof je een jaar op een trilplaat hebt gestaan, maar wij zijn er heelhuids gekomen. Bij de ingang van Bodie krijg je een plattegrond mee en wat uitleg over de historie en functie van bepaalde gebouwen. Het is, ondanks dat er eens een flinke brand is geweest, een van de best bewaarde spookstadjes van de VS. Bodie is erg apart om te zien, het feit dat er in veel huizen nog meubels staan en nog biljarttafels in de café's is nogal bizar. Net of niemand behalve wat kleren zijn spullen wil meeneemt als hij voorgoed vertrekt. Laat staan dat je het een beetje opgeruimd achterlaat. Het geeft een beetje een pandemie gevoel. Alsof het leven er met een knip in de vingers verdwenen was. Alles is ook van hout, wat dat betreft heeft het ook wel echt zo'n western vibe. Er lopen ook geen leidingen richting het dorp. Water kwam uit de put, wc's waren buiten in aparte hokjes. Dat zou natuurlijk wel veranderd zijn, mocht het nog bewoond geweest zijn, maar toch. Ik snap echter wel dat er niemand meer terug is gekomen. Als er toch geen mijnen meer zijn bied deze uithoek ook helemaal niks en het woestijnklimaat helpt dan ook niet mee. 

Na een tijdje rondgelopen te hebben, wilden we weer vertrekken. Via de 3 mijl onverharde weg dit keer, dat leek ons wat aangenamer en sneller. Zodra we weer op de goede snelweg zaten werden we echter tegengehouden door een politieagent. Er was vlak bij het dorpje Lee Vining een brandje aan de gang en de weg was afgesloten. Hij gaf me een route door voor een omweg, maar dat zou echt honderden kilometers om zijn. We begonnen er maar aan, maar de benzinetank begon ook aardig leeg te raken. Toen we de Tioga Pass uit reden kwamen we al door Lee Vining met benzinepomp, maar we hadden toen besloten te gaan tanken nadat we Bodie bezocht hadden. Nadat ik na al heel wat kilometers rijden de route nogmaals gevraagd had aan een man die langs de weg stond geparkeerd kwamen we tot een ander strijdplan, want volgens deze man was de brand al zo goed als onder controle. We zouden terug gaan rijden, maar moesten eerst tanken. Dat kon volgens deze man in het dorpje verderop. Dat bleek niet zo. We reden door en vroegen in elk dorpje of er toevallig een tankstation was. Bij de derde afwijzing en een meter die steeds verder onder het het onderste streepje kwam begonnen ik toch wel aardig te stressen. Ik zag ons al in deze hitte langs de kant van de weg staan. Metteke blijft dan gelukkig wel kalm, zij doet alleen aan stress als er ergens een afgrond te zien is. Uiteindelijk belanden we in Wellington in Nevada, waar wel een benzinepomp was, daar gingen we opgelucht tanken en dan over een andere highway weer terug. In principe werkte dit plan, al had het ons al anderhalf uur extra omrijden gekost, maar gezien de brandweer nog bezig was werd het verkeer er weer richting voor richting langs geleid. Koste ons nog eens drie kwartier. Blijkt dat we als we de langere onverharde weg vanaf Bodie ook terug hadden gepakt, we deze bermbrand helemaal niet tegen waren gekomen. Het voelde alsof we gestraft werden voor het kiezen van de op het oog makkelijkste route. 

We hadden nog bij Mono Lakes willen stoppen, omdat daar allerlei rare kalkpilaren in het water staan. Dit lukte door de verloren tijd niet meer, gelukkig voerde de snelweg ons langs deze pilaren. Hierdoor hebben we ze van een afstandje wel gezien. Na een tijdje flink doorgereden te hebben op de snelweg sloegen we weer af de bergen in. Meteen rijd je ook weer in het bos in plaats van de woestijn. Al gauw kwamen we bij Mammoth Lakes. Een dorpje wat het volgens mij vooral moet hebben van wintersport. Er staan hier een aantal skiliften en hotels e.d. zijn veelal gebouwd in Alpen stijl. Ons hotel doet daar een schepje boven op door zich Holiday Haus te noemen. Bij het inchecken vertelden we over de brand. Dat was voor de receptionist meteen een logische verklaring waarom hij nog op zoveel gasten moest wachten die vandaag zouden komen. Het hotel ligt aan de zijkant van het dorp, vanuit het raam kijken we het bos in. Zonder succes hebben we geregeld even gekeken of we dan toevallig ook nog beesten zien lopen in het bos. We zijn snel wat fast food gaan eten, compleet uit eten gaan hadden we geen puf meer voor. Daarna hebben we nog even lekker in de hot tub gelegen om de dag toch maar ontspannen af te sluiten. Het kostte even wat stress, maar we zitten weer waar we moeten zitten! Vanaf nu zullen we de tankstations niet zo snel meer voorbij rijden. 

Al op de teller: 845 mijl / 1.360 kilometer
Gereden afstand: 286 mijl / 458 kilometer
Totaal: 1.131 mijl / 1.818 kilometer


































































 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten