zondag 14 september 2014

Dag 11, Devils Postpile NM & de hitte van Death Valley NP

Zaterdag 13-09-2014: van Mammoth Lakes naar Beatty

We zijn vandaag wat later opgestaan. We moesten zo'n 3,5 uur rijden naar Beatty en daar wil je vanwege de hitte toch niet de hele dag zijn. We zijn rustig uit Mammoth Lakes vertrokken, maar toen eerst verder de bergen in, naar Devils Postpile. Als eerst reden we langs alle skiliften van het plaatsje, maar die zijn nu buiten gebruik. Als we het goed begrepen hebben, hoorde Devils Postpile vroeger nog bij Yosemite, maar werd dat ooit aangepast omdat er goud is gevonden. Als het dan geen nationaal park meer is, dan gelden die regels er niet en mag je mijnen bouwen. Weer later, vast nadat al het goud op was, heeft het als national monument toch enige vorm van bescherming gekregen. Je kan alleen via Mammoth Lakes met de auto in dit stuk komen, niet rechtstreeks vanuit Yosemite. Via een of ander slingerweggetje, waarbij we blij waren vrijwel geen tegenliggers te hebben gehad. Devils Postpile zijn een heleboel raar afgesleten rotsen, het lijkt alsof ze opgestapeld zijn. Het ziet er erg bijzonder uit. We hebben daar een uurtje besteed. Een paar kilometer verderop is nog een waterval, maar daar hebben we maar niet op gegokt gezien de ervaring van afgelopen dagen. Als je toch overnacht in Mammoth Lakes is dit wel leuk om even te kijken, maar ik zou er niet speciaal voor omrijden. Daarna gingen we weer terug via Mammoth Lakes, waar we de cash weer op peil hebben gebracht en bij de Subway een lekker broodje gehaald.

Toen kon de rit beginnen. Eerst nog een saai stukje tot aan Bishop, maar toen rollercoaster highway 168 op. Hier was geen 100 meter achter elkaar recht of plat. Dat was een leuke weg om te rijden. Helaas kwam daar ook een eind aan, waarna we onze tweede staat binnenreden: Nevada. We reden via het dorpje vernoemd naar (schoon)moeder Lida ook deze weg af en toen was het nog 80 km rechtdoor naar Beatty. Dit zal wel zo ongeveer het rustigste stukje van onze reis zijn. We kamen bijna niemand tegen. Campers slaan Death Valley over, omdat je daar niet standaard van hulp wordt voorzien, als er problemen zijn. Aan de temperatuur kan je merken hoe ver de reis vorderde. Ik denk dat we van nog geen 20 naar ongeveer 35 graden zijn gereden en die relatief korte tijd. De navigatie had er ook last van en probeerde ons steeds een zandweg op te sturen die parallel liep aan deze weg. We reden Beatty binnen en nog ietsje later hebben we in ons hotel ingecheckt. De hotelkamer heeft wel iets van al die films, met alle deuren pal aan de parkeerplaats. We hebben binnen de rest van ons Subway broodje opgegeten, want echt lekker is het buiten niet. Toch zijn we in de middag op pad gegaan naar Death Valley. 

Met ietsje minder dan een half tankje benzine gingen we op pad. De tactiek is simpel, zodra we nog een kwart tank hebben moeten we omdraaien, want in Death Valley wil je niet stranden. Vlak bij ons hotel is weer een benzinepomp. Het was ongeveer drie kwartier rijden naar het visitor center. Ik denk dat we in die drie kwartier nog geen handje vol tegenliggers zijn tegengekomen, het is echt een verlaten gebied. Death Valley is pas sinds 1994 een nationaal park, daarvoor werd het geloof ik als een monument beschouwd. Het staat vooral bekend om de enorme zoutvlakte, de droogte en dat het een van de warmste plekken op aarde is. Ze concurreren met een locatie in LibiĆ« als warmste plek op aarde. Vanaf het visitor center kan je meerdere richtingen uit. Morgen pakken we de weg naar het oosten, dus vandaag namen we de weg naar het zuiden. We vonden het gewoon bijna onwerkelijk. Het is er overal ontzettend warm, maar het ziet er schitterend uit. 

Eerst zijn we naar Badwater Basin gereden, onze verste bestemming van vandaag. Een punt 85,5 meter onder zeeniveau waar de bodem bezaaid ligt met zout. In een bepaald stuk ligt zelf nog water en daar zwemmen ook nog wat visjes in. Die visjes zwemmen leven alleen hier. De thermometer van de auto gaf zo'n 118 graden Fahrenheit aan, wat omgerekend 47,7 graden Celsius is. Het is verschrikkelijk om daar te staan, wat een hitte. Maar het is wel schitterend. Daarna zijn we op de terugweg via Artist Drive gereden. Dat is een eenrichtingsweg langs gekleurde rotsen, de zon stond daar aan het eind van de dag mooi op. De verschillende kleuren komen zo echt mooi uit de rotsen knallen. Dit was echt een schitterend rondje om. We hadden eigenlijk niet verwacht dat Death Valley zo mooi is en dat het zo'n indruk op ons achter zou laten. Voor vandaag was het genoeg en reden we terug naar Beatty. Pas ergens op deze terugweg passeerde de auto het streepje van een kwart tank, de tactiek werkte deze keer.

Terug bij het hotel hebben we nog even gezwommen en lekker gegeten bij de Denny's. Uiteraard moet je voor het bereiken van de eetzaal eerst langs de gokautomaten, dat is hier in Nevada heel normaal. Rond 10 uur in de avond ben ik nog even gaan zwemmen, het was buiten afgekoeld tot ongeveer 27 graden. Daar sprak ik met iemand die vanuit Alaska hier was gekomen om in de zilvermijnen te werken. Zeker niet jaloers met deze temperaturen. Zijn werk moet wel goed verdienen, waarom zou je anders in vredesnaam hier gaan werken. Altijd en elke dag zo gruwelijk heet. Je kan dan nooit normaal buiten lopen, dat is gewoon niet te doen. Morgen rijden we nog door een ander deel van Death Valley en dan door naar Vegas, baby!

Al op de teller: 1.131 mijl / 1.818 kilometer
Gereden afstand: 337 mijl / 540 kilometer
Totaal: 1.468 mijl / 2.358 kilometer



























































Geen opmerkingen:

Een reactie posten